In aanloop naar de verwachte stijging van btw voor artistieke prestaties, besloot ik bij de boekhouder en bij het sociaal secretariaat nog eens een btw check-up te doen van onze verschillende activiteiten. Op zich is het al altijd duidelijk voor ons wat btw-gewijs artistieke prestaties zijn en wat niet. Thematische voorstellingen en het werk van een acteur in een rollenspel in een training zijn het wel: acteurs acteren, 6%. Trainingen en workshops, ook met theaterwerkvormen, zijn het niet: trainers trainen, 21%. Wanneer 1 persoon een training geeft en daarin af en toe acteert, is de prestatie in het geheel een training. All clear.
Maar de zottigheden die we over de nieuwe btw-wetgevingen te horen kregen, wilde ik het toch nog eens nagaan. Als een rockconcert een hogere btw zou krijgen dan een opera, dan voelde ik de bui al hangen. Zowel acteren in rollenspel als improvisatietheater liggen wel eens onder kunstvuur. We hebben onderstaande opmerkingen immers al in heel wat variaties gehoord.
- Improvisatietheater is entertainment, geen kunst.
Mensen amuseren zich te hard? Er is teveel no-nonsense interactie? Ze gaan nooit naakt? (grapje) - Bedrijfstheater is niet zuiver genoeg om kunst te zijn.
Ze verkopen hun ziel aan de duivel? Ze laten zich gebruiken om iemands agenda uit te rollen? Die van Inspinazie zijn toch te commercieel voor ons cultuurcentrum? - Rollenspel is enkel instrumentalisatie van theater.
Dat is toch niet vrij genoeg om kunst te zijn?
Het angstvallig bewaken van puurheid en progressiviteit brengt kunst wel in een steriele ruimte. Het maakt het apolitiek en elitair. Gelukkig lijkt het sociaal-artistieke werk (in de zeer brede zin van het woord) de laatste jaren ook vanuit de kunsten terug veel breder omarmd te worden. En gelukkig floot de Raad van State de puzzelaars van de btw-wetgeving terug. Er is geen sprake van dat enkele ministers gaan bepalen wat échte kunst is en wat niet.
Of het een uitdaging is om in thematisch improvisatietheater voor organisaties en bedrijven de kunst voorop te stellen? Zeker en vast! Die gaan we al een kwart eeuw aan. Op één van de jaarlijkse wereldconferenties van het Applied Improvisation Network brachten wij trouwens een workshop met deze toepasselijke titel: Keep the Art in it. Dat is nodig, want in dat netwerk lopen twee stromen. Enerzijds zijn er improvisanten die de berg naar Mozes brengen, en anderzijds consultants die het laaghangend fruit van improvisatietraining plukken. Clean, braaf binnen de comfortzones, niemand tegen de haren strijkend, minimale moeite met maximale opbrengst. Jazzy jaarmomentje met het managementteam? Check!
Op zich begrijp ik de reflex om een domein te beschermen dus zeer goed. Het verschil zit erin wat je daarmee doet. Trek je je terug in een ivoren toren, of zet je de deuren van je wereld open? Wij kiezen voor het laatste. We trekken ons wel af en toe terug om te werken aan thema’s en formules waar geen enkele opdrachtgever naar vroeg, maar wij wel de nood van voelen om het uit te werken. Dat houdt ons scherp en gegrond in al ons werk. We zijn geen circusaapjes.
Dankzij de btw-vraag, keek ik de afgelopen weken in elk geval met de kunstbril op scherp naar ons werk. Er zijn zichtbare en onzichtbare codes die theater theater, of kunst kunst maken. We besteden veel zorg aan die codes. Hieronder bespreek ik enkele voorbeelden.
Theateropstelling
We speelden de eerste van een reeks “Zeg het Gewoon” voorstellingen, voor 40 medewerkers van een productiebedrijf. Toen we aankwamen zagen we dat de zaal in klasopstelling stond. We vroegen om de tafels nog te verwijderen. Er ontstond even een discussie omdat de eigenaar van het seminariecentrum deze opstelling verstond onder theateropstelling. De opdrachtgever kon moeilijk verbergen dat wij een geval van aanstelleritis leken. Ze was ook wat ongerust toen we het projectiescherm naar omhoog lieten rollen, omdat ze het nadien nog nodig had. Ingrid rende toen we al begonnen waren nog naar een raam achteraan in de zaal om een gordijn toe te doen. Oogrol.
Maar na afloop begreep de opdrachtgever waarom dit alles zo belangrijk was. Theater is een dialoog tussen publiek en spelers, tussen de eigen wereld en een andere wereld. De afgezonderde knusheid én nabijheid onderstreept: hier gaan wij samen in duiken!
Een theaterstuk is een stuk. Een stuk afgebakende tijd en ruimte voor verbeelding.

Van simulatie naar ervaring
In een gloednieuwe samenwerking voor rollenspeltraining binnen een safety-traject in een bedrijf, was er een instant klik met de trainers. Het was meteen duidelijk dat tijdens de rollenspelsessies scripts naar de achtergrond mochten, ook al betrof het een context vol protocollen in een hoge risico-omgeving. Scripts zijn bijzonder belangrijk, maar paradoxaal genoeg heb je ze vaak pas echt geleerd als je ze kan loslaten. Dat kan je niet bedenken, dat moet je doen. In het echt. Een leidinggevende sprak een vierkoppig team aan op het feit dat ze het hek achter zich niet sloten. Leen pookte als actrice de andere deelnemers met wie ze samen het team vormde, wat op om de jolige minimaliserende plezanterikken te spelen. De leidinggevende ging een stap dichter bij zijn team staan, keek hen aan en legde langzaam zijn handen op de schouders van twee van hen. Automatisch werden ze stil en gingen als trage magneten dichter bij elkaar staan, in een klein kringetje. De leidinggevende herhaalde de poortregel, en knikte vriendelijk en beslist in het rond. Iedereen wist, die poort zou niet meer open blijven.
De deelnemer had technisch gezien enkele stappen van het aanspreekprotocol overgeslagen. Als iemand dit scenario beschreven had, was er waarschijnlijk gezegd dat dit kleuterachtig was. Als het in een te gemanagede vorm van trainingsacteren had gezeten, was het moment misschien onderbroken geweest en verdwenen.
Het vrije rollenspel wérkte. Omdat de deelnemer in dat moment de intentie van het script belichaamde, en het kon uitdrukken op een geheel eigen en authentieke manier.
Rollenspel is een gouden poort van gepowerpointe concepten naar unieke realiteiten.
Theater doet je trouwens vergeten wat “echt” is en wat niet, het doet er in dat moment gewoon ook niet toe. De ervaring voelt levensecht. Sterk rollenspel is een magische manier om aan ervaringsleren te doen. Hierin zit het verschil tussen een simulatiespel (nabootsing van een gewenste en gekende realiteit) en een theatraal rollenspel (experimenteren met mogelijkheden in het ongekende). Tijdens een simulatiespel gaat veel aandacht naar technische aspecten en inhoud van conversaties, daar ligt ook de nadruk op. (En soms is dit dus ook de beste werkvorm voor je doel!) In een rollenspel onderzoeken we mensengedoe in de onderstroom. Daarbij moet je de inhoud kunnen loslaten en gedrag en relatie expliciet in het bewustzijn en in het gesprek brengen.
Van protocol naspelen naar waarachtige interactie tussen autonome individuen.
Van simulatie naar ervaring.
Van ervaringsgericht leren naar ervaringsleren.
Dat mogelijk maken, is letterlijk en figuurlijk een kunst. Dat vraagt ook dat trainers en acteurs een soort van tango kunnen dansen met elkaar, waarbij ieder de eigen rol ten volle naar voor kan brengen.
Sitting in the fire

Kunst schuurt. Rekt grenzen op. Dat doet een goed rollenspel dus ook. Leen en ik zijn momenteel aan de slag met Joep en Peter van Kessels & Smit in wat zij Studio’s noemen. Dat zijn de o.a. rollenspelgebaseerde praktijkmomenten in hun opleidingen.
In zo’n Studio is er veel tijd en daardoor ruimte om de stretchzone van deelnemers in een rollenspel als acteur stelselmatig te vergroten. Ik lees en hoor regelmatig hoe voorzichtig rollenspelen opgezet worden. Natuurlijk is het niet de bedoeling om iemand erin te luizen en te doen blokkeren. Maar ik denk dat het vaak té voorzichtig is, te dicht bij de comfortzone van het grootste deel van de groep. Er blijven dan kansen liggen.
Na een Studio rollenspel zei ik iets over een uitzonderlijke mogelijke versie van de gespeelde situatie, maar ook dat het niet relevant was om dat te spelen. “JAWEL”, riep een deelnemer uit. “Dat is voor ons veel relevanter dan je denkt en het als we het hier niet aanpakken gaat het niet gebeuren.” Wat zich vervolgens ontvouwde was bijzonder spannend, en er werden serieuze grenzen verlegd. Op zo’n momenten krijg je in een intiem rollenspel het gevoel dat een forumtheater met 100 mensen (Theatre of the Oppressed, Augusto Boal) kan opwekken. Magische kracht.
Wanneer deelnemers zelf olie op het vuur gooien, niet voor de sensatie, maar vanuit de eigen leerwens, en daar dan zo dapper in blijven zitten: buiging!
Fictie & metaforen

“Ja maar, dat is niet zoals het in het echt gaat,” is een veel gehoorde uitvlucht van deelnemers aan een rollenspel wanneer ze nog in de weerstand zitten om erin te vliegen.
“Ja én, dat werkt béter,” zeggen wij dan. We gaan de fictie net verhogen. We laten ons inspireren op situaties uit de realiteit, en nemen er vervolgens afstand van. We zullen nooit de naam gebruiken van de echte persoon waar een eventueel casus over gaat. We gebruiken niet eens persé de precieze context van de deelnemers. Deze afstand schept net ruimte om met andere ogen te kijken naar het eigen gedrag. Deze afstand creëert naast een safe space waar zoveel aandacht naartoe gaat, net ook de brave space om ander gedrag uit te testen. Mensen hebben heus wel voldoende verbeelding om zichzelf (zij spelen immers geen personage) in de gespeelde situatie te zetten. Al hebben ze soms een zetje nodig. Ook dat is kunst: mensen de grenzen van hun vermeende kunnen laten verleggen. Kunst is sport voor de ziel.
Professor Griet Peeraer en ik ontwikkelden in de afgelopen jaren een heuse wereld waarin een hele set van rollenspelen plaatsvinden. De Beer is een bistro en residentieel seminariecentrum. Op deze fictieve professionele werkvloer hebben reeds heel wat mensen, van manager, ambtenaar, zorgverlener tot investeringsfondbeheerder, allerlei situaties met vaste personages van De Beer doorsparteld. Ze blijven zichzelf, nog steeds moeten ze geen andere persoon spelen, enkel tijdelijk een ander beroep uitoefenen. Keer op keer blijkt hoe herkenbaar de shizzle is, en hoe goed ze de ervaring naar hun eigen context kunnen vertalen.
Griet maakte trouwens eens een heel interessante post over de effectiviteit van rollenspel, die vind je hier.
Mogelijkheden verbeelden
We mochten een studiedag voor onderwijsprofessionals afronden. Het ging over het grote aantal jonge mantelzorgers (1 op 5 jongeren!) Bill speelde de docent Frans van Jorik, die aanvankelijk focuste op het keer op keer te laat ingeleverde werk, en het ook niet las. Want je kan toch niet zomaar voor iedereen steeds maar uitzonderingen toelaten? Als je een hand geeft nemen ze een arm. Het gekende. Tot bleek dat de jonge student zijn ervaringen als mantelzorger in zijn schrijfwerk had gestoken, en daar een juweel lag dat later een schrijfwedstrijd won. Schoon hoe de docent toch zijn nieuwsgierigheid had toegelaten. Melig en cliché. Maar ook een verhaal over hoe iets dat enkel maar een last van buiten de school lijkt dat moet gemanaged worden, ook een plek kan krijgen IN het schoolwerk.
Van Ja Maar naar Ja En. Dat kan je niet genoeg verbeelden.
Soms proberen opdrachtgevers vooraf – soms onbewust – te manipuleren welke uitkomst moet getoond worden, of net niet. Dan vertellen we dat we daar niet in gaan volgen. We spelen vanuit gesprek met het publiek, in alle vrijheid en transparantie. Als de opdrachtgevers hun bedenkingen tijdens de voorstelling willen inbrengen, graag. Dat stimuleren we ook. Dan wordt het benoemde spanningsveld deel van wat we spelen. We laten ons nooit voor een kar spannen, en zullen geen boodschap verpakken die een management niet zelf direct durft uitspreken. Hierdoor gebeurt al een heel boeiend stuk van het transformatiewerk tijdens de conceptontwikkeling. Soms leidt dat tot opdrachten die veel meer grenzen verleggen dan een opdrachtgever in gedachten had. Soms leidt het tot het afspringen van een deal. Dan worden we niet betaald voor het schuurwerk. Maar voilà, alles voor de kunst!
Drama
Geen werkvloer zonder drama. Emoties en conflicten zijn er veelvuldig aanwezig, ook al wordt dat doorgaans op allerlei manieren onderdrukt of onder controle gehouden. (Enter burn-outs.) Theater komen spelen midden in die blinde vlek is vaak al omwille van de (h)erkenning een catharsis.
Nadat we gespeeld hadden in een bedrijf dat voor de allereerste keer een alternatieve activiteit organiseerde over communicatie, kwam een vrouw ons achternagelopen toen we al onderweg waren naar buiten: “Jullie moeten écht écht weten dat wat jullie daar in die laatste scène speelde, dat dat bijna woord voor woord was zoals het in het echt gegaan is. Het is bijna griezelig!”
Voorbij de herkenning opent theater nieuwe werelden. Het is Jaar van de Boerin. Tijdens een voorstelling voor land- en tuinbouwsters speelden we een aanvaring tussen een veeteelster en een wandelaar die haar een opmerking naar het hoofd slingerde over de kalfjes die van hun moeder gescheiden waren. Na afloop kwam er iemand bij Marc staan op de receptie en ze vertelde geëmotioneerd en open over de ambiguïteit in haar kalverenliefde. Hij zei achteraf tegen ons dat hij voelde hoe ze nog tegen het personage aan het spreken was. En hij deinde nog wat mee.
Was het een oefening voor een verbindend gesprek met de volgende wandelaar? De kiem voor een langere band tussen koe en kalf op die boerderij? Wie weet.
Participatief theater is oefenen in het hier & nu voor situaties in het daar & dan.
Boal noemt het treffend “Rehearsal for Reality”.
Het universele in het persoonlijke

Kunst raakt en verbindt.
We horen dit vaak: “Werken jullie hier? Hebben jullie ons bespioneerd? Jullie weten exàct hoe het er hier aan toe gaat!” Mensen lijken vaak te denken dat de specifieke aard van hun werk of hun functie bepalend is voor de gedragingen op de werkvloer. Ze denken dat organisatiecultuur een verzinsel is van HR. Ze beseffen niet dat aan de basis van die cultuur menselijke relaties liggen en het gedrag waarmee die relaties geïdentificeerd worden. Interacties spelen zich af op twee assen: die van status (boven-onder) en die van nabijheid (afstoten-aantrekken). Baas, slaaf, vriend, vijand. Elke kleuter kent dit. En in wezen gaat elk theaterstuk over die twee assen, en hoe we daarin kunnen bewegen en veranderen.
Complexer wordt het niet, tot spijt van wie dit alles in ingewikkelde theorieën wil gieten.
De kunst is durven erkennen hoe simpel het in theorie is en hoe spannend in praktijk. Daarom is er maar 1 weg: doen. Relateren is een werkwoord. Bij deze een diepe buiging voor wijlen Professor Emeritus René Bouwen. Hij is hierin een grote inspiratiebron, en wij zijn blij dat we met heel wat van zijn discipelen mogen werken.
Terug naar de btw kwestie
We weten ondertussen van de btw-expert bij ons boekhoudkantoor dat onze manier van btw-tarieven toepassen nog steeds de juiste is. Vooralsnog lijkt kunst eenvoudiger dan afhaalmaaltijden.
Naast de extra focus op ons eigen werk, bracht februari nog inspiratiebronnen voor de grote filosofische Wat is kunst? – vraag:
- het schurende (en dus boeiende) karakter van de conferentie Culture & Care in Leuven (waarover later meer, het thema voor maart zal Zorg zijn)
- het toetreden tot het netwerk Kunst op Verwijzing
- de train-the-trainer cursussen Living Impro en Gebruik van Rollenspel
De maand februari bracht een advies dat ik zou willen geven aan de ministers die terugkeren naar de btw-tekentafel.
Kunst moet niet van 6% naar 9%.
Kunst verdient een btw-vrijstelling.
Wil je als trainer of begeleiders leren hoe je beter rollenspel inzet? De volgende opleiding vindt plaats op 26 augustus.
Wil je zelf spannende gesprekken komen inoefenen? Vanaf mei verzorgen we opnieuw sessies in open aanbod.
Tijdens rollenspellen met acteur gaan we aan de slag met jouw leervraag. Kleine groepen, onvergetelijke ervaringen, sterke leertransfer! Meer info en data volgen snel.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief om van ons aanbod op de hoogte te blijven via je mailbox.